Actie 2017   Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Westfries Museum

Algemeen

Het Westfries Museum.Het huidige, statige gebouw van het Westfries Museum met als oorspronkelijke bestemming bestuurszetel en vergadergebouw van de Gecommitteerde Raden (Bestuur) van West-Friesland en het Noorderkwartier, markeert sinds 1632 Hoorns belangrijkste plein als plek van handel en gebeurtenissen, die een hoofdrol speelden in de Hoornse bestaansgeschiedenis van af het prille begin.
De oudste, bekende voormalige bebouwing ter plaatse van het huidige museumgebouw was het “Grote Stynhuys” en een tweede stenen huis het “Hoge Huys”, ook wel “Proostenhuys” genoemd, alsmede twee kleinere woonhuizen.

Voorgeschiedenis

“Het Grote Stynhuys”
Dit huis was eigendom van Gijsbrecht van Nijenrode, baljuw van West- Friesland, Kennemerland en Nieuwburg, die het in 1396 ten leen gaf aan zijn neef schout Jan Claeszoon. Laatstgenoemde werd in 1486 ten tijde van de strubbelingen tussen Kabeljauwen en Hoeken op de Rode Steen onthoofd. Een deel van de huidige overwelfde kelder is een overblijfsel van dit huis.

“Het Stenen Huys” of “Proostenhuys”
Een tweede stenen huis, het “Stenen Huys”, naderhand ook wel “Proostenhuys” genoemd, dat in verband staat met de plaats van het huidige gebouw, is gebouwd als zogenaamd versterkt huis ter bescherming tegen de overwegend Kabeljauwse Hoornse burgerij door de aanhanger van de Hoekse partij A. Vierclen. Het moet dus een fors gebouw geweest zijn. De voorgevel ervan stond aan de Jan Claeszoonsteeg, die tussen 1474 en 1480 de huidige naam Proostensteeg kreeg. De naam hangt samen met de bewoning van het pand van 1450 - 1460 door Philips van Wassenaer, Proost van het bisdom Utrecht, en de functie van het huis als proosdij. Alleen deze proost heeft hier gewoond. Ook van dit huis is een deel van de overwelfde kelder nog aanwezig onder het huidige gebouw. Het proostenhuis is in 1573, vlak na de overwinning van de prinsgezinde vloot op de Spaanse vloot in het Hoornse Hop in gebruik genomen en geweest als bestuurszetel van het bovengenoemde gewestelijke bestuur tot 1632.
De terugliggende gevel met de museumtoegang aan het einde van het voorpleintje of “basse-cour” is een vervanger uit het einde van de 18e eeuw van de gevel van het huidige hoofdgebouw, die weer op zijn beurt de oorspronkelijke zijgevel verving van het “Hoge Huys” of “Proostenhuys”, waarvan de voorgevel aan de Proostensteeg heeft gestaan. Het voorpleintje was oorspronklijk afgesloten door een in 1603 gebouwde muur voorzien van een toegangspoortje met rondboog. De muur is in 1729 vervangen door het huidige smeedijzeren hek, dat is vervaardigd door J. Uljé.

“Twee stenen woonhuizen”
Van de genoemde stenen woonhuizen is bekend, dat zij in enig jaar na 1499 blijkbaar na sloop van het “Grote Stynhuys” op die plaats zijn gebouwd. Deze kleinere huizen dienden als dienstwoning van de proost tot 1570 en als burgerwoonhuizen tot de sloop in 1631 wegens de bouw van het huidige gebouw.

 

 

Redactie gebouwenrubriek: Henk Overbeek