Actie 2017   Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Wat er niet meer is: de eerste driehonderd jaar

De woonhuizen uit de drie eeuwen tussen 1250 en 1550 waren van hout, riet en vlechtwerk. Daarvan zijn alleen resten teruggevonden bij opgravingen. Een laatste rest van een houten zijgevel is nog te zien aan het huis op de hoek van de Grote Havensteeg en de Rode Steen. Het is niet uitgesloten, dat (delen van) houtconstructies uit de 15e/16e eeuw ook nog aanwezig zijn in andere oude huizen in Hoorn. Door de langgerekte vorm van de oorspronkelijke landbouwpercelen waren de huizen die op deze percelen werden gebouwd, ook lang en smal, met de smalle voorzijde grenzend aan de weg of straat. Dit is tot op de dag van vandaag zo gebleven. De daken van de eerste huizen waren van riet. Huizen met rieten daken hadden geen dakgoten. De daken staken over de zijwanden van het huis heen en het regenwater viel zo naast het huis op de grond. Tussen de huizen was dus altijd een smalle strook onbebouwde grond aanwezig, de zgn. druipstrook of osendrop. De huizen hadden een vrij steil puntdak (50 tot 60 graden helling), met de nok doorlopend tot aan de voor- en achtergevel (zadeldak). De voor- en achtergevel hadden daardoor een driehoekige top. Aan de voor- en achterkant van het huis werd dakdrup voorkomen door daar zgn. topgevels te maken. Hellende dakvlakken aan de voor- en achterzijde (schilddak, wolfdak) kwamen ook voor (Janse, 2003; Smit, 1992; Zantkuijl e.a., 2001, p. 27). De lange huizen stonden evenwijdig aan elkaar, loodrecht op de straat. De deuren en ramen bevonden zich aan de voor- en achterzijde. Het hemelwater liep van de druipstroken tussen de huizen naar een goot in de straat. Iets bredere druipstroken vormden een smalle gang of steeg van het achtererf naar de straat. Een gangbare huisbreedte in de 15e eeuw (en later) was 20 voet, ongeveer 5.70 m. Lengtes tot 15 à 17 m kwamen voor.

Resten van de zijwand van een middeleeuws huis, bestaande uit vlechtwerk, op vier meter diepte aangetroffen bij een opgraving op de Rode Steen in april 2004 (foto L. Bonte).
Resten van de zijwand van een middeleeuws huis, bestaande uit vlechtwerk, op vier meter diepte aangetroffen bij een opgraving op de Rode Steen in april 2004 (foto L. Bonte). Klik op de foto voor een close-up van het vlechtwerk (foto F. Zack). Opgraving en toelichting door de Archeologische Dienst Hoorn.

Uiteraard waren rieten en houten huizen brandgevaarlijk. Als brandwerende maatregel moesten de wanden van de huizen aan de binnenzijde worden bestreken met leem. Zo hield men een eventuele brand binnenshuis. Voor bakkerijen, bierbrouwers en pottenbakkers bestond hiervoor in 1390 in Haarlem al een 'keur' (verordening). In 1528 werd in Hoorn een verbod van kracht op het gebruik van riet en hout bij de bouw van nieuwe huizen. In 1608 begon in Hoorn een campagne om jaarlijks 25 huiseigenaren te verplichten om hun rieten dak te vervangen door pannen. Andere gemeenten gaven hiervoor een premie. Dit leidde ertoe, dat veel huizen geheel werden vernieuwd. Met het verdwijnen van de rieten daken verdwenen ook de druipstroken en gangen tussen de huizen. De huizen werden zonder tussenruimte tegen elkaar aangebouwd.