Actie 2017   Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Tweede helft negentiende eeuw

In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden dus naast elkaar een aantal door de historie geïnspireerde neo-stijlen. In de twintigste eeuw nam de variatie aan stijlen nog toe, maar nu vooral met een eigentijds karakter (Rationalisme, Functionalisme, Modernisme), met Berlage als grote voorman. Volgens Ibelings (1993) kunnen de Nederlandse bouwstijlen na 1900 worden herleid tot twee hoofdstromingen: het traditionalisme en het modernisme. Na 1945 is hiervan alleen het modernisme overgebleven. De Jugendstil of Art Nouveau betekende in de jaren rond 1900 een duidelijke breuk met het verleden. De Jugendstil was een eigentijdse stijl, qua originaliteit vergelijkbaar met de Gotiek, de geheel eigentijdse bouwstijl van de Middeleeuwen, en de Barok, de eigentijdse bouwstijl (met nog sterke klassieke invloeden) van de zeventiende eeuw (in Nederland achttiende eeuw). De bouwstijl van de Renaissance en het (Neo)classicisme heeft eigenlijk in de periode 1500-1880 een zwaar anachronistisch stempel gedrukt op alle bouwactiviteiten in West-Europa (en daarbuiten) en nieuwe ontwikkelingen tegengehouden. Tot in de kleinste plaatsen in Nederland kom je elementen van de klassieke Griekse tempel tegen. Men wist zich lange tijd, met uitzondering van de Barok, kennelijk niet te ontworstelen aan de stijldwang die berustte op de (vermeende?) superioriteit van de Klassieke Oudheid. De bovenlaag van de maatschappij zag kennelijk geen alternatieven met een even voorname uitstraling en allure als het klassieke model.

Grote Oost 53

Grote Oost 53

ca. 1780, NC


Binnenluiendijk 2

Binnenluiendijk 2

1784, NC


Breed 40

Breed 40

1790, NC


Rode Steen 16

Rode Steen 16

1792, NC


Grote Oost 32

Grote Oost 32

NR


Grote Oost 26

Grote Oost 26

1865, EC


Breed 38

Breed 38

1878, NR
Kleine Noord

Kleine Noord

Neo L-XIV