Actie 2017   Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Tentoonstelling (archief)

Tentoonstelling "Hoorn in oorlogstijd"

11-04-2010

gemobiliseerdeVanaf 17 april 2010 organiseert de Vereniging Oud Hoorn de tentoonstelling "Hoorn in oorlogstijd". Gedurende de maanden april en mei zal op veel plaatsen in Hoorn worden herdacht dat 70 jaar geleden de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Aansluitend wordt tevens herdacht dat 65 jaar geleden Duitsland capituleerde en ook Hoorn werd bevrijd.

40-45

Onze vereniging houdt met haar gidsen op 7 mei een wandeling getiteld "N.a.v. 65-jaar bevrijding; Vrede en Vrijheidwandeling". De wandeling voert langs diverse plaatsen in de stad die een rol hebben gespeeld gedurende de oorlog. Op de website wordt hier ook een zelfstandig te lopen wandeling 40-45 weergegeven.
Gedurende de tentoonstelling zal men unieke beelden en voorwerpen te zien krijgen. Deze beelden haken veelal in op de plaatsen die men tijdens de wandeling passeert. De tentoonstelling is gratis te bezoeken tijdens de openingstijden van het verenigingsgebouw.

Hoe het begon
Op 1 september 1939 overspoelden de legers van Duitsland het Poolse land. Deze overval op Polen betekende dat Frankrijk, Engeland en vervolgens ook Nieuw-Zeeland aan Duitsland de oorlog verklaarden. Dit vormde het begin van de Tweede Wereldoorlog. De regering van ons land probeerde, evenals in de Eerste Wereldoorlog, neutraal te blijven. Uit voorzorg werd echter wel besloten het leger te mobiliseren.

mobilisatie

De zojuist beëdigde 2e luitenant Scholten neemt, samen met andere hoge militairen, op 1 april 1940 de parade af van de in Hoorn gelegerde militairen.

Al op 25 augustus werden de lichtingen 1924/1939 onder de wapenen geroepen. Vanaf dat moment begon ook Hoorn kennis te maken met de Tweede Wereldoorlog. Om onderdak te kunnen bieden aan de in Hoorn te legeren militairen moesten allerlei voorzieningen worden getroffen. Hoorn werd thuishaven voor het 8e en 19e Depot Bataljon van het IV Depot Infanterie.

Gevorderd werden o.m. de Rijks HBS, de Huishoudschool, de MULO, verschillende lagere scholen en de voormalige Rijkswerkinrichting bekend onder de naam Krententuin. (Oostereiland)

Wat vooraf ging: De gemobiliseerde troepen kwamen op 29 en 30 augustus 1939 per trein in Hoorn aan. Gedurende deze dagen was het voor burgers onmogelijk om per trein te reizen. Inmiddels waren de gevorderde scholen ontruimd en werden de lege klaslokalen voorzien van het nodige stro voor de strozakken van de militairen.
In de daarop volgende maanden zorgden de in Hoorn gelegen militairen regelmatig voor de nodige afleiding voor het publiek. Zo was er eind oktober 1939 een grote parade met de muziek van het bataljon door de straten van Hoorn. Vervolgens was er ook een parade op de Vale Hen ter gelegenheid van de uitreiking van een gouden medaille aan sergeant-majoor Becks. De toen nog niet in gebruik zijnde "Nieuwe weg", de huidige Provinciale Weg, vormde in december 1939 het decor voor de beëdiging van een 6-tal officieren van het 8e en 19e Regiment Infanterie. Op 1 april 1940 was er een grote parade op de Roode Steen. Bij die gelegenheid werd de reserve vaandrig Scholten tot 2e luitenant beëdigd. Nog op 1 mei 1940 werden alle officieren van het Hoornse garnizoen door het gemeentebestuur ontvangen.

Bezetting
Na de capitulatie van ons land op 15 mei 1940 zouden er ook voor de Hoornse bevolking vijf bewogen jaren volgen. De Duitse bezetter vorderde scholen en andere gebouwen zoals b.v. het Waterschapshuis en het Sint Jans Gasthuis aan de Koepoortsweg. Dit ziekenhuis moest op 12 december 1942 worden opgeleverd om te worden ingericht als Kriegslazarett. Het gevolg van dit alles was ook dat het onderwijs in grote problemen kwam. Op diverse plaatsen in de stad werden noodruimtes gevonden waar les kon worden gegeven aan de leerlingen van het lager- en voortgezet onderwijs.
Gedurende de strenge winter van 1944/1945 kwam door brandstofgebrek ook hier een einde aan. De droom van menig kind werd toen werkelijkheid: nooit meer naar school.

Memorabele momenten: Er zouden in de daarop volgende jaren méér memorabele momenten plaats vinden in Hoorn. Vermeldenswaard is de oprichting van de gaarkeuken: een centrale keuken die zorgde voor voedselverstrekking. Daar de Hoornse slagers toch geen vlees konden leveren werden zij veelal aangesteld als uitgiftepunt. Eén van de trieste hoogtepunten in de historie van Hoorn gedurende de Tweede Wereldoorlog was de vliegtuigcrash van twee Amerikaanse vliegtuigen boven de stad. In de vroege ochtend van vrijdag 7 juli 1944 werd de bevolking van de stad opgeschrikt door een oorverdovend lawaai. Achteraf bleek dat twee Amerikaanse B 17-bommenwerpers op weg naar Duitsland met elkaar in botsing waren gekomen. Op diverse plaatsen in de stad waren de sporen van dit ongeval zichtbaar. Zowel aan de Drieboomlaan als aan de Merensstraat werden enkele woningen verwoest. Het was voor Hoorn een ongekende ramp waarbij wonder boven wonder slechts één burgerslachtoffer te betreuren viel. De 32-jarige mevrouw Kramer-Deen kwam helaas om het leven. Van de in totaal 20 bemanningsleden van de vliegtuigen kwamen 13 mensen om. Een aantal van hen, waaronder Marion D. Wolffe, ligt begraven op de Amerikaanse militaire begraafplaats in het Limburgse Margraten. Het gebeuren wordt in Hoorn herdacht met een door Truus Menger ontworpen monument op de Westerdijk.

staartstuk

Het staartstuk van één van de verongelukte Amerikaanse B17-bommenwerpers in de tuin van de familie Sleutel aan de Westersingel. Alleen de waslijn was kapot.

Fusillade bij Grote kerk: Zo mogelijk nog triester is de dood van vijf onschuldige burgers die werden gefusilleerd bij de Grote Kerk. Dit als vergelding voor de uitschakeling van George Herlee door het plaatselijke verzet. Herlee was in dienst van de Duitse Sicherheitsdienst en hield zich speciaal bezig met het oprollen en uitschakelen van verzets-groepen. Na veel speurwerk van het plaatselijke verzet werd Herlee gesignaleerd in de kapsalon van kapper Groot aan de Nieuwstraat 3. Onmiddellijk werden maatregelen genomen en werd besloten Herlee te elimineren. In de middag van 30 december 1944, werd de in de kapsalon op zijn beurt wachtende Herlee met pistoolschoten uit de weg geruimd. Al op 4 januari 1945 zou de bezetter wraak nemen met de executie van vijf onschuldige burgers.
Het ging hier om H. M. Immig, J. W. Jansen, J. T. J. Janssen, G. C. Jonker en J. Versfelt die vanuit het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam naar Hoorn werden overgebracht.

 

 

40-45

Nog tal van plaatsen in Hoorn dragen nog de sporen van de Tweede Wereldoorlog. Zo is daar bijvoorbeeld de plaquette in de Nieuwsteeg aan de zijmuur van de Statenpoort. Hier vindt men maar liefst 56 namen van inwoners van Hoorn die de Tweede Wereldoorlog niet overleefd hebben. Het is triest te zien hoeveel namen van Joodse medeburgers op deze plaquette te lezen zijn. Van de eens zo bloeiende Joodse gemeenschap in Hoorn was na de Tweede Wereldoorlog helaas in het geheel niets meer over. De eens zo trotse Joodse synagoge aan de Italiaanse Zeedijk was vervallen tot een kolenopslagplaats en werd uiteindelijk gesloopt.

Zie oproep mbt deze plaquette.

Ook op de gemeentelijke begraafplaats aan het Keern zijn nog sporen te vinden van de Tweede Wereldoorlog. Hier vindt men nog altijd de graven van vier Britse gesneuvelde bemanningsleden. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werden er op dit kerkhof naast Amerikaanse en Engelse luchtmachtmilitairen ook omgekomen Duitse militairen begraven. Dit laatstste ging vaak gepaard met de nodige militaire eer met o.a. trommelaars met omfloerste trom. De vier Britse bemanningsleden, V. G. Brewis, J. Ratcliffe, D. I. Young en A. Whitten-Brown, hebben hun laatste rustplaats voor altijd gevonden in Hoorn.
Een speciale plaats om als herinnering aan de Tweede Wereldoorlog bij stil te staan is het voormalige Waterschapshuis aan het Grote Oost 6. In dit door de Duitse bezetter gevorderde gebouw zetelde de Orts-Kommandantur tesamen met zijn staf. Op deze plaats hebben de dames Dell en Van Vliet het bestaan om vrijwel onder de ogen van de Duitsers diverse Joodse onderduikers te verbergen. De beide dames woonden in de achtergelegen conciërgewoning waar de onderduikers op zolder werden ondergebracht. De plaquettes aan de muur van het pand herinnert nog aan de moedige daden van deze dappere dames.Voor het gebouw Roode Steen 10 was gedurende de Tweede Wereldoorlog een opvallende rol weggelegd. Als z.g. Kringgebouw van de N.S.B. hingen er altijd twee vlaggen uit: die van de N.S.B. en ook die van de Jeugdstorm. De ramen waren behangen met wervende posters om dienst te nemen bij de Nederlandse SS of lid te worden van de N.S.B. Na afloop van de oorlog werd het gebouw in het bezit genomen door de Landelijke Organisatie en vervolgens door de HARK (Hulp Actie Rode Kruis) voor o.a het verstrekken van kleding.

Piet de Haan: De tentoonstelling geeft ook ruim aandacht aan Piet de Haan. Deze in Hoorn geboren dienstplichtige sergeant-foerier sneuvelde in de eerste uren van de Tweede Wereldoorlog bij de verdediging van Villa Amstelwijck te Dubbeldam, nu 70 jaar geleden.

 

gemobiliseerdedienstplichtigen

Gedurende de mobilisatie werd voor de voedselvoorziening van de in Hoorn gelegerde militairen gebruik gemaakt van de keuken in de toen leegstaande Rijkswerkinrichting, c.q. de Krententuin. Op de foto zien we knielend rechts de heer Roelof Hendrik Brouwer, in het burgerleven kruidenier in Groningen. Na de capitulatie werd de heer Brouwer gedemobiliseerd maar in 1943 weer krijgsgevangen gemaakt en afgevoerd naar Duitsland.
Deze foto, gemaakt op de binnenplaats van de gevangenis, is één van de unieke beelden die men tijdens de expositie van de Vereniging Oud Hoorn zal kunnen bewonderen.

 

Activiteiten overzicht