Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Brief van het bestuur (archief)

Renovatie naoorlogse woningbouw  (14-10-2015)


Aan het college van burgemeester en wethouders

van de gemeente Hoorn

Nieuwe Steen 1

1625 HV Hoorn 

Onderwerp: Renovatie naoorlogse woningbouw

 Hoorn, 4 september 2015

 Geacht college,

 Bij de planvoorbereiding en vergunningverlening voor de renovatie en uitvoering onderhoud voor het complex van Intermaris aan de Van Beierenstraat en omgeving in het Venenlaankwartier, zijn helaas steken gevallen.

Venenlaankwartier en Hoorn-Noord vormen een staalkaart van diverse architectuuruitingen uit de vijftiger jaren. De onderling samenhangende complexen zijn door enkele corporaties en verschillende architecten gebouwd. Deze complexen vertellen bij wijze van spreken de geschiedenis van de wederopbouw-woningbouw in onze stad. Om die reden moeten we zorgvuldig met deze wijkjes omgaan.

Wij constateren een aantal ingrepen die beslist niet nodig waren. De verspringende, grof vormgegeven dakgoot, past niet bij dit type woningbouw. De oorspronkelijke dakoverstekken zijn verdwenen, evenals de gecombineerde, gemetselde schoorstenen.

Het Venenlaankwartier is een regulier welstandsgebied. Daarvoor zijn in de Welstandsnota criteria vastgesteld. Uitgangspunt is het handhaven van de aanwezige basiskwaliteit. De belangrijkste criteria zijn: Bij verbouwing of renovatie dient de kapvorm te worden gehandhaafd. Aanbouwen zijn in maatvoering en architectuur ondergeschikt aan de hoofdbebouwing. Ten aanzien van de detaillering wordt een aantal specifieke criteria omschreven. Vormgeving van gevels en dak moet zijn afgestemd op de in de omgeving aanwezige bebouwing of de stijl van het betreffende pand. De samenhang is bij rijenwoningen belangrijker dan de individuele expressie. Schoorstenen op de woningscheiding dienen te worden gerespecteerd.

In haar vergadering van 25 maart 2015 merkt de ‘kleine commissie’ uit de Commissie Monumenten en Welstand op dat de detaillering van de goten, dakrand bij de kopgevels en boeidelen van de dakkapellen te grof is en teveel afbreuk doet aan de architectuur van de woningen. Twee weken later blijkt dat enkele verbeteringen in het ontwerp zijn doorgevoerd. Tegelijkertijd wordt meegedeeld dat de karakteristieke goot- en dakklossen verdwijnen. Vanuit de commissie wordt daar niet op gereageerd. Wel adviseert de commissie om het beeld van de gemetselde schoorstenen te handhaven, aangezien dat voor vroeg naoorlogse rijenwoningen beeldbepalend is. Nog weer twee weken later wijst de architect erop dat in het eerste advies niet gesproken is over de schoorstenen. Volgens het summiere verslag van de bevindingen is die conclusie juist. Maar de commissie heeft wel degelijk aangegeven niet akkoord te gaan met het plan en nader overleg geadviseerd. Bovendien is het plan, omdat het was aangehouden in de kleine commissie, in de ‘grote commissie’ besproken en daar is het betreffende aspect wel aan de orde geweest. Als argument om de gemetselde schoorstenen toch te verwijderen voert de architect namens de opdrachtgever aan dat anders het gewenste energielabel niet gehaald kon worden. Wij achten dit een weinig geloofwaardig argument. Het beeld van de woningscheidende schoorstenen had bovendien ook op andere wijze, met respect voor het oorspronkelijke ontwerp, behouden kunnen blijven inclusief het behalen van het gewenste energielabel.

De komende jaren is de uitvoering van renovatie- en onderhoudsplannen voor steeds meer naoorlogse woningbouw noodzakelijk. Daarbij is het van belang dat opdrachtgevers, ontwerpers en plantoetsers doordrongen zijn van de betekenis van deze wijken en respect tonen voor de toegepaste architectuur.

Wij vragen u daarom opdrachtgevers, architecten, plantoetsers en de Commissie Monumenten en Welstand hier met nadruk op te wijzen.

Hoogachtend,

Vereniging Oud Hoorn

E.S. Ottens                              R. Lodde-Tolenaar

Voorzitter                               secretaris

 

 

 

 

 

 


<< Vorige